Homepage Actueel Arbeidsmarktvraagstuk de grootste uitdaging van het hbo

Arbeidsmarktvraagstuk de grootste uitdaging van het hbo

In een interview met ScienceGuide.nl wordt Maurice Limmen, sinds een jaar voorzitter van de Vereniging Hogescholen, gevraagd naar zijn wensenlijst voor het hbo. Dit vooruitlopend op de nog door minister Van Engelshoven te presenteren Strategische Agenda Hoger Onderwijs. Tevens een aanleiding voor universiteiten en hogescholen om de kaarten open te leggen.

Het arbeidsmarktvraagstuk is voor Limmen de belangrijkste uitdaging voor het beroepsonderwijs. “Ik denk dat we uitstekend gepositioneerd zijn om een rol te spelen in die veranderingen. Maar als die vraagstukken zo hard op ons afkomen, is het zaak dat het hbo ook in staat wordt gesteld om daar in toenemende mate een antwoord op te bieden.” Limmen doelt hiermee op grote maatschappelijke vraagstukken en het fundamenteel veranderen of verdwijnen van banen. In het interview verwijst hij naar het rapport van de OESO over de verandering van arbeid.

Limmen ziet dat er na hun examen weinig vwo-leerlingen kiezen voor een praktijkgerichte opleiding aan een HBO. Hij denkt dat voor veel scholieren een hbo-opleiding een beter passende opleiding biedt dan het wetenschappelijk onderwijs. De VH en VSNU willen dat de ‘wisselstroom’ tussen beiden verbeterd. Voor Limmen is het van belang dat de positie van het HBO ertoe leidt dat studenten met de juiste reden aan een opleiding beginnen, goed gefaciliteerd worden en als de studie niet passend blijkt worden geholpen met het vervolg.

De vrije studiekeuze leidt ertoe dat enkele studies populair zijn terwijl anderen minder studenten aantrekken. “We hebben nu eenmaal een stelsel gebaseerd op de studiekeuzevrijheid. Het is zaak dat we mensen zo goed mogelijk begeleiden op een manier die hen zelf ook voldoende perspectief geeft.” Limmen ziet mogelijkheden en perspectief om domeinen waar tekorten zijn in de arbeidsmarkt in te brengen in andere studies. “Je kunt ook kijken hoe je meer technische elementen in andere studies kunt laten terugkomen. Als dat ervoor zorgt dat mensen een grotere kans hebben om langdurig aan de slag te blijven, nemen we op die manier ook onze verantwoordelijkheid,” aldus Limmen die ook wijst op voorbeelden van virtual reality binnen de pabo’s en de nadruk op programmeren in het economisch domein. Dit om de HBO student breed te equiperen voor een veranderende arbeidsmarkt.

Het arbeidsmarktvraagstuk betekent voor Limmen concreet dat er meer ruimte komt voor praktijkgericht onderzoek binnen het HBO. De ‘derde cyclus’ moet met de introductie van het Professional Doctorate een plek krijgen in het HBO. Onlangs pleitten de VH en de VNSU samen in een position paper over de doorontwikkeling van het binair stelsel. Limmen ziet hierin een kans voor het HBO om de eigenheid van het beroepsonderwijs te benadrukken. Hiervoor zijn meer masters nodig en de mogelijkheid voor studenten om verder onderzoek te kunnen doen.

Over het dossier leven lang ontwikkelen, wat Limmen zelf ‘taaie materie noemt’ heeft hij een punt op zijn verlanglijst. “Mijn ideaalbeeld zou zijn dat als een HBO-afgestudeerde op een gegeven moment merkt dat zijn beroep dreigt te verdwijnen, dat ie dan terug kan gaan naar zijn of haar hogeschool om in gesprek te gaan met zijn docent, die in nauwe verbinding staat met het werkveld. Ze kunnen dan samen bekijken wat er aan bijscholing nodig is om weer aan de slag te kunnen.” Hij erkent hierna dat dit investeringen vereist en antwoord op de vraag of om- en bijscholing een publieke verantwoordelijkheid moet zijn. Hij omschrijft hoe hij het ziet als een combinatie tussen de persoonlijke verantwoordelijkheid, de maatschappelijke verantwoordelijkheid en werkgeversverantwoordelijkheid. Alle partijen moeten elkaar kunnen vinden en in evenwicht blijven.

Lees het artikel over het interview met Maurice Limmen op ScienceGuide.nl

Ook interessant